Vertaling van deseo
yo deseo
él/ella deseó
ik wens
hij/zij/het wenste
» meer vervoegingen van wensen
smachten naar
hunkeren
smachten
haken naar
yo deseo
él/ella deseó
ik hunker
hij/zij/het hunkerde
» meer vervoegingen van hunkeren
streven naar
nastreven
najagen
dingen naar
ambiëren
yo deseo
él/ella deseó
ik aspireer
hij/zij/het aspireerde
» meer vervoegingen van aspireren
Voorbeelden in zinsverband
Su deseo finalmente se cumplió.
Zijn wens werd uiteindelijk vervuld.
Deseo que pare la lluvia.
Ik wou dat de regen ophield.
Le deseo una buena noche.
Ik wens haar een goede nacht.
Hay alguien con quien deseo hablar primero.
Er is iemand met wie ik eerst wil praten.
Su deseo es ir a América.
Hij wil naar Amerika gaan.
Le deseo buena suerte en el examen.
Ik wens u veel geluk op het examen.
—¿Cuál es tu deseo? —preguntó el pequeño conejo blanco.
"Wat is je wens?" vroeg het witte konijntje.