Vertaling van dos

Inhoud:

Spaans
Nederlands
dos {telw.}
twee 


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Nosotros dos sabemos que vosotros dos mentís.

Wij tweeën weten dat jullie tweeën liegen.

Él tiene dos coches.

Hij heeft twee auto's.

¿Tienes dos libros?

Heb je twee boeken?

Tengo dos sobrinos.

Ik heb twee neefjes.

Tengo dos primos.

Ik heb twee neefjes.

Tenemos dos orejas.

We hebben twee oren.

Tengo dos sobrinas.

Ik heb twee nichtjes.

Los dos hermanos aún viven.

Beide broers zijn nog in leven.

La guerra duró dos años.

De oorlog duurde twee jaar.

Estas dos hojas se parecen.

Deze twee bladeren lijken op elkaar.

La película duró dos horas.

De film duurde twee uur.

Los dos hermanos son músicos.

De broers zijn allebei musici.

Compré dos botellas de leche.

Ik kocht twee flessen melk.

Cinco más dos son siete.

Vijf plus twee is zeven.

¿Quién escribió estas dos cartas?

Wie heeft deze twee brieven geschreven?