Vertaling van encontrar

Inhoud:

Spaans
Nederlands
encontrar, encontrarse con, topar, dar con, chocar contra {ww.}
ontmoeten 
treffen 
tegenkomen
tegemoet treden
aantreffen 
Ah, ¿cuándo se volverán a encontrar?
Ah, wanneer ontmoeten ze elkaar weer?
hallar, encontrar {ww.}
vinden 
aantreffen 
treffen 
bevinden 
No consigo encontrar mi reloj.
Ik kan mijn horloge niet vinden.
No puedo encontrar mis guantes.
Ik kan mijn handschoenen niet vinden.


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

No consigo encontrar mi reloj.

Ik kan mijn horloge niet vinden.

No puedo encontrar mis guantes.

Ik kan mijn handschoenen niet vinden.

No pude encontrar su casa.

Ik kon zijn huis niet vinden.

Uno siempre puede encontrar tiempo.

Men kan altijd wel tijd vinden.

Ah, ¿cuándo se volverán a encontrar?

Ah, wanneer ontmoeten ze elkaar weer?

Puedes encontrar lo mismo en cualquier parte.

Ge kunt hetzelfde om het even waar vinden.

No lo puedo encontrar por ninguna parte.

Ik kan hem nergens vinden.

Es difícil encontrar una traducción adecuada.

Het is moeilijk een geschikte vertaling te vinden.

La policía te hará encontrar las balas.

De politie zal jullie dwingen de kogels te vinden.

No lo podía encontrar por ninguna parte.

Ik kon het nergens vinden.

Él tuvo la suerte de encontrar trabajo.

Hij had het geluk een baan te vinden.

He tenido suerte de encontrar una buena canguro.

Ik heb geluk gehad dat ik er in geslaagd ben een goede babysit te vinden.

No puedo encontrar el clítoris de mi amiga.

Ik vind de clitoris niet bij mijn vriendin.

Encontrar un marido adecuado es más difícil que ganar la lotería.

Een geschikte man vinden is moeilijker dan de lotto winnen.

Es una palabra para la que me gustaría encontrar una sustituta.

Het is een woord waarvoor ik graag een vervanging zou vinden.


Gerelateerd aan encontrar

encontrarse con - topar - dar con - chocar contra - hallar