Vertaling van escribir

Inhoud:

Spaans
Nederlands
escribir {ww.}
schrijven 
maken 
scheppen
componeren
Tengo que escribir una carta.
Ik moet een brief schrijven.
¿Tengo que escribir una carta?
Moet ik een brief schrijven?
escribir {ww.}
schrijven 
uitschrijven
neerschrijven
Necesito algo con que escribir.
Ik heb iets nodig om mee te schrijven.
Voy a escribir una carta mañana.
Ik ga morgen een brief schrijven.


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Me gusta escribir poemas.

Ik schrijf graag gedichten.

Prefiero escribir en cursiva.

Ik schrijf liever aan elkaar.

Necesito algo con que escribir.

Ik heb iets nodig om mee te schrijven.

Tengo que escribir una carta.

Ik moet een brief schrijven.

¿Tengo que escribir una carta?

Moet ik een brief schrijven?

A ella realmente le gusta escribir poemas.

Ze vind het echt leuk om gedichten te schrijven.

Voy a escribir una carta mañana.

Ik ga morgen een brief schrijven.

No quiero escribir con este bolígrafo.

Ik wil niet schrijven met deze pen.

No necesitas escribir más de 400 palabras.

Je hoeft niet meer dan 400 woorden te schrijven.

No es fácil escribir con tiza.

Het is niet makkelijk met krijt te schrijven.

Ella terminó de escribir una carta.

Ze is klaar met het schrijven van een brief.

Pretendo escribir una carta para Judy.

Ik ben van plan om een brief te schrijven naar Judy.

Él apenas puede escribir su nombre.

Hij kan nauwelijks zijn naam schrijven.

Ella no puede escribir ni leer.

Ze kan niet lezen of schrijven.

Él puede hablar y escribir en ruso.

Hij kan het Russisch zowel spreken als schrijven.