Vertaling van esperar

Inhoud:

Spaans
Nederlands
esperar, aguardar {ww.}
wachten
verwachten 
te wachten staan
El trabajo puede esperar.
Het werk kan wachten.
¿Cuánto debes esperar?
Hoe lang moet je wachten?
esperar, prever {ww.}
verwachten 
voorzien
vooruitzien
bedacht zijn op
¡No puedes esperar de mí que yo siempre piense en todo!
Je kunt niet van me verwachten dat ik altijd overal aan denk!
esperar, tener esperanza {ww.}
hopen 
aguardar, esperar {ww.}
afwachten 
Todo lo que puedes hacer es esperar.
Het enige wat je doen kan, is afwachten.

Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

El trabajo puede esperar.

Het werk kan wachten.

¿Cuánto debes esperar?

Hoe lang moet je wachten?

No quiero esperar tanto.

Ik wil niet zo lang wachten.

Sólo puedo esperar.

Ik kan alleen maar wachten.

Me hicieron esperar una eternidad.

Men liet me een eeuwigheid wachten.

Tom no quiere esperar tanto.

Tom wil niet zo lang wachten.

Todo lo que puedes hacer es esperar.

Het enige wat je doen kan, is afwachten.

Espero que no tengamos que esperar mucho.

Ik hoop dat we niet al te lang hoeven wachten.

No tengo ganas de esperar más.

Ik heb geen zin om nog langer te wachten.

Esperar mucho rato a un amigo me pone nervioso.

Lang wachten op een vriend maakt me zenuwachtig.

Todo lo que tienes que hacer es esperar.

Het enige wat je hoeft te doen is wachten.

¿Por qué te tuvo que esperar por tanto rato?

Waarom moest hij zo lang op jou wachten?

¡No puedes esperar de mí que yo siempre piense en todo!

Je kunt niet van me verwachten dat ik altijd overal aan denk!


Gerelateerd aan esperar

aguardar - prever - tener esperanza