Vertaling van fama

Inhoud:

Spaans
Nederlands
fama [v] (la ~) {zn.}
roep
roem
mare 
reputatie [v]
befaamdheid [v]
faam [v]
fama [v] (la ~) {zn.}
roep
reputatie [v]
naam
faam [v]
gloria [v] (la ~), fama [v] (la ~) {zn.}
roem
beroemdheid  [v]
lof
glorie [v]


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Él tiene fama de gran pintor.

Hij is bekend als een groot schilder.

Él tiene buena fama con todos.

Iedereen spreekt goed over hem.


Gerelateerd aan fama

gloria