Vertaling van huella

Inhoud:

Spaans
Nederlands
huella [v] (la ~), señal [v] (la ~), marca [v] (la ~) {zn.}
spoor
impresión [v] (la ~), huella [v] (la ~), indicio [m] (el ~), traza, vestigio [m] (el ~) {zn.}
spoor
voetspoor
afdruk  [m]
pisada [v] (la ~), huella [v] (la ~) {zn.}
voetafdruk
spoor
hollar, pisar, pisotear {ww.}
onder de voet lopen
vertrappen
aanstampen

él/ella huella

hij/zij/het vertrapt
» meer vervoegingen van vertrappen

pisar, hollar {ww.}
betreden

él/ella huella

hij/zij/het betreedt
» meer vervoegingen van betreden



Gerelateerd aan huella

señal - marca - impresión - indicio - traza - vestigio - pisada - hollar - pisar - pisotear