Vertaling van hueso

Inhoud:

Spaans
Nederlands
hueso [m] (el ~) {zn.}
bot  [o]
graat  [v]
schonk [v]
knok [m]
been  [o]
Le dio un hueso al perro.
Hij gaf de hond een bot.
El perro estaba ocupado enterrando su hueso en el jardín.
De hond was bezig met het begraven van zijn bot in de tuin.
cuesco, hueso [m] (el ~), núcleo [m] (el ~) {zn.}
pit [v]
kern  [v]


Gerelateerd aan hueso

cuesco - núcleo