Vertaling van imponer

Inhoud:

Spaans
Nederlands
imponer, obligar, constreñir {ww.}
opdringen
forceren
imponer {ww.}
indruk maken op
imponeren
imponer {ww.}

opmaken
imponer {ww.}
veraccijnzen
belasten 
belasting heffen op
aanslaan 
dictar, imponer {ww.}
dicteren

Gerelateerd aan imponer

obligar - constreñir - dictar