Vertaling van leer

Inhoud:

Spaans
Nederlands
leer {ww.}
lezen 
Él sabe leer.
Hij kan lezen.
¿No puedes leer más?
Je kan niet meer lezen?

Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

¿No puedes leer más?

Je kan niet meer lezen?

Quiero algo para leer.

Ik wil iets om te lezen.

Él sabe leer.

Hij kan lezen.

Necesito lentes para leer.

Ik heb een bril nodig om te lezen.

Me encanta leer libros.

Ik lees heel graag boeken.

Me gusta leer libros.

Ik lees graag boeken.

Está cansado de leer.

Hij is moe van het lezen.

Debería leer el libro.

Ik zou het boek moeten lezen.

Es importante leer muchos libros.

Het is belangrijk om veel boeken te lezen.

Yo puedo leer sin anteojos.

Ik kan lezen zonder bril.

Leer un libro es interesante.

Een boek lezen is interessant.

Yo puedo leer en inglés.

Ik ben in staat Engels te lezen.

Me gusta leer novelas estadounidenses.

Ik lees graag Amerikaanse romans.

Disfruta leer novelas en vacaciones.

Hij leest graag romans op vakantie.

No tengo tiempo para leer.

Ik heb geen tijd om te lezen.