Vertaling van lucio

Inhoud:

Spaans
Nederlands
lucio [m] (el ~) {zn.}
snoek  [m]
brillar, lucir {ww.}
schitteren 
glanzen
schijnen
blinken

él/ella lució

hij/zij/het schitterde
» meer vervoegingen van schitteren



Gerelateerd aan lucio

brillar - lucir