Vertaling van mano
él/ella manó
hij/zij/het vloeide
» meer vervoegingen van vloeien
Voorbeelden in zinsverband
Démonos la mano.
Laten we handen schudden.
Dijo que les echaría una mano.
Hij zei dat hij hen een handje zou helpen.
Tengo un libro en la mano.
Ik heb een boek in mijn hand.
Estás sujetando mi mano en esa foto.
Je houdt m'n hand vast op die foto.
La mano de Juan está limpia.
De hand van Jan is rein.
Ella soltó la mano del niño.
Ze liet de hand van de jongen los.
Nada me resulta tan tierno como una pareja vieja caminando por la calle mano en mano.
Niets lijkt me tederder dan een oud koppel dat hand in hand door de straat wandelt.
Los países industriales requieren mucha mano de obra calificada.
Industriële landen vereisen veel behendige arbeid.
El hombre levantó la mano para hacer una pregunta.
De man stak zijn hand op om een vraag te stellen.
Nunca muerdas la mano que te da de comer.
Bijt nooit de hand die je voedt.
John y Mary siempre caminan de la mano.
John en Mary lopen altijd hand in hand.
Metiendo su mano en el bolsillo, Dima sacó una gigantesca maleta.
Dima stak zijn hand in zijn zak en haalde er een gigantische aktetas uit.