Vertaling van mirar

Inhoud:

Spaans
Nederlands
mirar {ww.}
aankijken 
aanblikken
mirar {ww.}
kijken 
kijken naar
toezien
toekijken
schouwen
bekijken 
blikken
Oh, puedes teclear sin mirar el teclado. ¡Sorprendente!
Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg!
No me gusta mirar televisión.
Ik heb geen zin om tv te kijken.
mirar {ww.}
een blik werpen op
een blik werpen


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Me gusta mirar a niños jugando.

Ik kijk graag naar spelende kinderen.

- ¡Usted tiene un gusto caro! -exclamó la dependienta- ¿Está seguro de que no quiere mirar nuestras versiones más baratas primero?

"U heeft een dure smaak!" riep de verkoopster uit. "Weet u zeker dat u niet eerst onze goedkopere varianten wilt doorkijken?"