Vertaling van otro

Inhoud:

Spaans
Nederlands
otro {bn.}
ander 
andere


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Él tiene otro hijo.

Hij heeft nog een zoon.

Eso es otro problema.

Dat is een ander probleem.

Enséñame otro ejemplo.

Laat me nog eens een voorbeeld zien.

Por favor enséñeme otro.

Kunt u me nog een andere laten zien?

Adelante, tome otro.

Neem er alsjeblieft nog een.

Él miró hacia otro lado.

Hij keek weg.

Tengo otro amigo en China.

Ik heb nog een vriend in China.

Ni uno ni lo otro.

Noch het ene, noch het andere.

Por favor, ponme otro ejemplo.

Geef me een ander voorbeeld alsjeblieft.

Ya nos conocemos el uno al otro.

We kennen elkaar al.

No me decepciones como el otro día.

Laat me niet in de steek zoals de vorige keer.

No somos el uno para el otro.

Wij zijn niet gemaakt voor elkaar.

Les dije que me enviaran otro ticket.

Ik heb ze gezegd dat ze me nog een ticket moeten opsturen.

Él insiste en jugar otro juego.

Hij staat erop nog een spel te spelen.

Uno es nuevo. El otro es viejo.

De ene is nieuw. De andere is oud.