Vertaling van parar

Inhoud:

Spaans
Nederlands
parar, detenerse {ww.}
stoppen 
stilstaan
stilhouden
halt houden
blijven staan
afslaan
No podía parar de reír.
Ik kon niet stoppen met lachen.
parar {ww.}
stopzetten
buiten werking stellen
stilzetten
afzetten 
parar {ww.}
stoppen 
stuiten
stilzetten
stilleggen
keren
aanhouden 


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Llovió sin parar.

Het regende zonder ophouden.

No podía parar de reír.

Ik kon niet stoppen met lachen.

¿Dónde fue a parar todo el pan?

Waar is al het brood gebleven?

La lluvia acaba de parar, así que vámonos.

Het houdt juist op met regenen, laat ons dus vertrekken.


Gerelateerd aan parar

detenerse