Vertaling van partir

Inhoud:

Spaans
Nederlands
partir, salir, arrancar {ww.}
vertrekken
starten
¿Cuándo estarás listo para salir?
Wanneer ben je klaar om te vertrekken?
Permiso por favor, tengo que salir.
Neem mij niet kwalijk, ik moet vertrekken.
partir, salir, arrancar {ww.}
weggaan 
op weg gaan
tijgen
opstappen
dividir, partir {ww.}
verdelen 
opsplitsen
delen
splitsen
afbreken 

Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

El queso es hecho a partir de la leche.

Kaas wordt gemaakt van melk.

A partir de mañana podemos ir a trabajar juntos.

Vanaf morgen kunnen we samen naar het werk gaan.

El vidrio se hace a partir de arena.

Glas wordt gemaakt van zand.

A mí me gustaría verte antes de partir a Europa.

Ik wil je nog zien voor ik naar Europa vertrek.

Me gustaría verla antes de partir a Europa.

Ik zou u graag zien voor ik naar Europa vertrek.

A partir de esto se puede concluir que el feminismo sigue siendo necesario.

Hieruit kan geconcludeerd worden dat het feminisme nog steeds nodig is.

Después de seis meses en China, vas a ver que lamentarás no haber aceptado esa pizza antes de partir.

Na zes maanden in China zul je je realiseren dat je spijt hebt dat je die pizza niet hebt aangenomen voordat je vertrok.


Gerelateerd aan partir

salir - arrancar - dividir