Vertaling van qué

Inhoud:

Spaans
Nederlands
qué, que cosa
wat 

Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

¿Qué?

Wat?

¡Qué bien!

Dat is geweldig!

¿Qué dijo?

Wat zei ze?

¿Qué hace?

Wat is hij aan het doen?

¿Qué necesita?

Wat heb je nodig?

¿Qué comiste?

Wat heb je gegeten?

¿Qué respondisteis?

Wat heb je geantwoord?

¿Qué pasa?

Wat is er aan de hand?

¿Y qué?

En?

¡Qué lástima!

Wat jammer!

¿Qué falta?

Wat ontbreekt er?

¡Qué romántico!

Hoe romantisch!

¿Qué decidiste?

Wat heb je besloten?

¿Qué pretendía?

Wat was hij van plan?

¿Por qué?

Waarom?


Gerelateerd aan qué

que cosa