Vertaling van radio

Inhoud:

Spaans
Nederlands
radio [v] (la ~) {zn.}
spaak
radio [v] (la ~) {zn.}
radio 
draadloze [v]
¿Cuánto cuesta esta radio?
Hoeveel kost deze radio?
Prendé la radio.
Doe de radio aan.
radio [m] (el ~) {zn.}
straal
radius
emitir, radiar {ww.}
rondsturen
omroepen

yo radio
él/ella radió

ik stuur rond
hij/zij/het stuurde rond
» meer vervoegingen van rondsturen



Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Anoche escuché la radio.

Gisternacht luisterde ik naar de radio.

¿Cuánto cuesta esta radio?

Hoeveel kost deze radio?

Prendé la radio.

Doe de radio aan.

¿Me prestas tu radio?

Mag ik jouw radio lenen?

¿Cuánto cuesta esta radio?

Hoeveel kost deze radio?

Él prendió la radio.

Hij deed de radio aan.

¿Esta radio es suya?

Is deze radio van u?

La radio no funciona.

De radio werkt niet.

La radio está muy alta.

De radio is te luid.

Según la radio, mañana lloverá.

Volgens de radio zal het morgen regenen.

Le he arreglado la radio.

Ik heb de radio gerepareerd voor hem.

Fue Marie Curie quien descubrió el radio.

Het was Marie Curie die radium ontdekte.

Apreté el botón para encender la radio.

Ik drukte op de knop om de radio aan te zetten.

Yo no estaba escuchando la radio.

Ik was niet naar de radio aan het luisteren.

¿Escuchas diariamente la radio en tu casa?

Luister jij thuis dagelijks naar de radio?


Gerelateerd aan radio

emitir - radiar