Vertaling van razón
Voorbeelden in zinsverband
Tienes razón.
Je hebt gelijk.
Tengo razón.
Ik heb gelijk.
Tienes toda la razón.
Je hebt helemaal gelijk.
El cliente siempre lleva razón.
Klant is koning.
Dame una razón para hacer tal cosa.
Geef mij één reden om zoiets te doen.
Ella piensa que siempre tiene razón.
Ze denkt ze heeft altijd gelijk.
Puede que en eso tengas razón.
Daarover zou je gelijk kunnen hebben.
Me atrevo a decir que él tiene razón.
Ik durf te zeggen dat hij gelijk heeft.
Por alguna razón el micrófono no funcionó hace un rato.
Om de één of andere reden werkte de microfoon tot nu toe niet.
Sea cual sea la razón, ellos no se casaron.
Wat ook de reden is, ze zijn niet getrouwd.
Te dije que era peligroso. La razón por la que te hiciste daño es porque no me escuchaste.
Ik heb je gezegd dat het gevaarlijk was. Je raakte gewond omdat je niet heb geluisterd.
La razón por la que prefiero ir a Japón es que la gente en Japón es trabajadora y tienen personalidades honestas.
De reden dat ik prefereer naar Japan te gaan, is dat er in Japan hardwerkende mensen wonen met een oprechte personaliteit.