Vertaling van tarea

Inhoud:

Spaans
Nederlands
tarea [v] (la ~) {zn.}
taak [v]
opgave [v]
opdracht
opgaaf [v]
klus [m]
karwei
Es una tarea demasiado fácil para él.
Het is een te gemakkelijke opgave voor hem.
Es una tarea que va más allá de mi poder.
Het is een te zware taak voor mij.

Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

¿Ya acabaste tu tarea?

Hebt gij uw huiswerk al af?

¿Ya terminaste tu tarea?

Hebt gij uw huiswerk al af?

¿Ya terminaste tu tarea?

Hebt gij uw huiswerk al af?

¿Ya acabaste tu tarea?

Hebt gij uw huiswerk al af?

Por cierto, ¿hiciste tu tarea?

Tussen haakjes, hebt ge uw huiswerk gemaakt?

Acabo de terminar mi tarea.

Ik heb zojuist mijn huiswerk afgemaakt.

Es una tarea demasiado fácil para él.

Het is een te gemakkelijke opgave voor hem.

Ella estaba ocupada haciendo su tarea.

Ze was druk bezig met haar huiswerk.

Sam ya ha hecho su tarea.

Sam heeft zijn huiswerk al gemaakt.

Haré mi tarea después de ver televisión.

Ik maak mijn huiswerk, nadat ik televisie heb gekeken.

Tengo una semana para terminar mi tarea.

Ik heb een week de tijd om mijn huiswerk af te maken.

¿Hiciste la tarea por ti mismo?

Heb je het huiswerk zelf gemaakt?

¿Cuánta tarea te dan cada día?

Hoeveel huiswerk krijg je elke dag?

La tarea es tan difícil que no puedo hacerla.

De taak is zo moeilijk dat ik het niet kan volbrengen.

Mi primera tarea fue descartar los candidatos no cualificados.

Mijn eerste taak was om er ongekwalificeerde sollicitanten uit te halen.