Vertaling van techo

Inhoud:

Spaans
Nederlands
techo [m] (el ~) {zn.}
plafond [o]
zolder  [m]
hoogtegrens [v]
zoldering [v]
Él pintó el techo de azul.
Hij verfde het plafond blauw.

Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

El techo gotea.

Het dak is lek.

Él pintó el techo de azul.

Hij verfde het plafond blauw.

Cada vez que llueve, el techo gotea.

Iedere keer als het regent, lekt het dak.

El techo de mi casa es rojo.

Het dak van mijn huis is rood.

Mira la casa con el techo rojo.

Kijk naar het huis met het rode dak.

Mañana voy a arrojar una sandía desde el techo de un edificio de cinco pisos porque sí.

Morgen gooi ik voor de lol een watermeloen van het dak van een vijf verdiepingen tellend gebouw.