Vertaling van tienda
Inhoud:
Spaans
Nederlands
Fue a la tienda.
Hij ging naar de winkel.
Él estaba en la tienda.
Hij was in de winkel.
extender, desenvolver, tender {ww.}
ontvouwen
uitspreiden
spreiden
uitspreiden
spreiden
Voorbeelden in zinsverband
Spaans
Nederlands
Fue a la tienda.
Hij ging naar de winkel.
¿Venden cuadernos en esa tienda?
Verkopen ze schriften in die winkel?
Él estaba en la tienda.
Hij was in de winkel.
En esta tienda no se venden sellos.
In deze winkel worden geen postzegels verkocht.
Lo vi entrar a la tienda.
Ik zag hem de winkel binnengaan.
Afortunadamente, había una tienda Armani a la salida del callejón en el que Dima había dormido.
Gelukkig was er een Armaniwinkel vlakbij het steegje waar Dima had geslapen.
El Sr. Hobson cerró la tienda y se fue a casa.
Mijnheer Hobson sloot de winkel en ging naar huis.