Vertaling van tocar
Inhoud:
Spaans
Nederlands
tocar {ww.}
aanzitten
aanroeren
aanroeren
Voorbeelden in zinsverband
Spaans
Nederlands
Puedo tocar Chopin.
Ik kan Chopin spelen.
¿Me permites tocar el piano?
Sta je me toe om piano te spelen?
Me gusta tocar el piano.
Ik speel graag piano.
Me gusta escuchar música, y aún más tocar.
Muziek beluisteren doe ik graag, en muziek spelen nog liever.