Vertaling van tránsito

Inhoud:

Spaans
Nederlands
tránsito [m] (el ~) {zn.}
transit 
doorvoer [m]
tráfico [m] (el ~), tránsito [m] (el ~), circulación [v] (la ~) {zn.}
verkeer
passage  [v]
No me agrada el tráfico.
Ik hou niet van het verkeer.
Deberíamos llegar si no hay demasiado tráfico.
We zouden er moeten geraken als er niet te veel verkeer is.


Gerelateerd aan tránsito

tráfico - circulación