Vertaling van vida

Inhoud:

Spaans
Nederlands
vida [v] (la ~) {zn.}
leven 
hachje [o]
La vida es así.
Dat is het leven.
La vida continúa.
Het leven gaat verder.


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

La vida es así.

Dat is het leven.

La vida continúa.

Het leven gaat verder.

La vida es bella.

Het leven is prachtig!

Así es la vida.

Dat is het leven.

Búscate una vida, hombre.

Zoek een leven, man.

La vida es extraña.

Het leven is vreemd.

La vida es injusta.

Het leven is oneerlijk.

Quiero cambiar de vida.

Ik wil mijn leven veranderen.

La vida es corta.

Het leven is kort.

Le encontramos con vida.

We hebben hem leven gevonden.

La vida es injusta.

Het leven is oneerlijk.

Mientras haya vida, habrá esperanza.

Zolang er leven is, is er hoop.

Tu muerte es mi vida.

Uw dood is mijn leven.

La vida no es fácil.

Het leven is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers.

Donde hay vida, hay esperanza.

Waar er leven is, is er hoop.