Vertaling van volar

Inhoud:

Spaans
Nederlands
volar {ww.}
vliegen 
¿Puedes enseñarme a volar?
Kun je me leren vliegen?
No todos los pájaros pueden volar.
Niet alle vogels kunnen vliegen.

Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

¿Puedes enseñarme a volar?

Kun je me leren vliegen?

No todos los pájaros pueden volar.

Niet alle vogels kunnen vliegen.

Los murciélagos suelen volar en la oscuridad.

Gewoonlijk vliegen vleermuizen in het duister.

Vi a un pájaro volar por el cielo.

Ik zag een vogel door de lucht vliegen.

El amor innegablemente tiene alas para huir del amor, pero igualmente innegable es que también tiene alas para volar de vuelta.

Liefde heeft ontegensprekelijk vleugels om weg te vliegen van de liefde, maar even ontegensprekelijk is het dat ze ook vleugels heeft om terug te vliegen.