Vertaling van volar

Inhoud:

Spaans
Nederlands
volar {ww.}
vliegen 
¿Puedes enseñarme a volar?
Kun je me leren vliegen?
No todos los pájaros pueden volar.
Niet alle vogels kunnen vliegen.


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

No todos los pájaros pueden volar.

Niet alle vogels kunnen vliegen.

Vi a un pájaro volar por el cielo.

Ik zag een vogel door de lucht vliegen.