Vertaling van écrire
Voorbeelden in zinsverband
Dois-je écrire une lettre ?
Moet ik een brief schrijven?
Il arrive difficilement à écrire son nom.
Hij kan nauwelijks zijn naam schrijven.
Elle ne peut ni écrire ni lire.
Ze kan niet lezen of schrijven.
Il sait parler et écrire le russe.
Hij kan het Russisch zowel spreken als schrijven.
Tout un chacun sait écrire son propre nom.
Iedereen kan zijn eigen naam schrijven.
Écrire est un sommeil plus profond que la mort.
Schrijven is een slaap nog dieper dan de dood.
Il prit son crayon et se mit à écrire.
Hij nam zijn pen en begon te schrijven.
Je n'ai pas encore réuni suffisamment de contenu pour écrire un livre.
Ik heb nog niet genoeg materiaal verzameld om een boek te kunnen schrijven.
Vous pouvez écrire dans la langue que vous voulez. Dans Tatoeba, toutes les langues sont égales.
Je mag schrijven in welke taal je maar wilt. Hier op Tatoeba zijn alle talen gelijk.