Vertaling van Pâques

Inhoud:

Frans
Nederlands
Pâques [m] {zn.}
Pasen [m] (de ~)
paasfeest [o] (het ~)
Joyeuses Pâques.
Vrolijk Pasen!


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Joyeuses Pâques.

Vrolijk Pasen!

Joyeuses Pâques!

Een prettige vakantie!


Gerelateerd aan Pâques