Vertaling van actif

Inhoud:

Frans
Nederlands
actif, agissant {bn.}
werkend
actief 
bedrijvig
werkzaam
actif, agissant {bn.}
beweeglijk
actief 
bedrijvig
werkzaam
actif, agissant {bn.}
drukdoenerig
ongedurig
rusteloos
beweeglijk
roerig
actief 
bedrijvig
werkzaam
actif, agissant {bn.}
ijverig
arbeidzaam
diligent
naarstig
nijver
noest
vlijtig
werkzaam
actief 
bedrijvig
actif, alerte, vif, vigilant {bn.}
druk
levendig
kras
kwiek
opgewekt
rap
tierig
vief
wakker 
actif, agissant {bn.}
roerig
druk
tumultueus
turbulent
woelig
actief 
bedrijvig
werkzaam
actif, agissant, effectif, énergique, en fonction, en exercice {bn.}
actief 
bedrijvend
werkdadig
werkend
werkzaam
bedrijvig
actif, agissant {bn.}
daadwerkelijk
actief 
bedrijvig
werkzaam
actif [m] (l' ~) {zn.}
actief  [o]
tegoed
bezit  [o]
bedrijvende vorm [m]
Le marché des changes est très actif.
De aandelenmarkt is erg actief.


Gerelateerd aan actif

agissant - alerte - vif - vigilant - effectif - énergique - en fonction - en exercice