Vertaling van appeler

Inhoud:

Frans
Nederlands
appeler {ww.}
roepen 


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Laisse-moi appeler mon avocat !

Laat mij mijn advocaat opbellen.

Elle se fait appeler Yotchan.

Ze wordt Yotchan genoemd.

Quel numéro dois-je appeler en cas d'urgence ?

Welk nummer moet ik bellen in geval van nood?