Vertaling van apprendre à
Inhoud:
Frans
Nederlands
Je veux apprendre le français.
Ik wil graag Frans leren.
Tu n'es pas trop vieux pour apprendre.
Niemand is te oud om te leren.
apprendre {ww.}
leren
aanleren
aanleren
Je n'aime pas apprendre les verbes irréguliers.
Ik hou niet van onregelmatige werkwoorden leren.
Le russe est très difficile à apprendre.
Russisch is erg moeilijk te leren.
enseigner, apprendre {ww.}
leren
onderwijzen
onderwijzen
Enseigner requiert beaucoup de patience.
Onderwijzen vraagt veel geduld.
Je veux apprendre à nager.
Ik wil leren zwemmen.
Voorbeelden in zinsverband
Frans
Nederlands
Je veux apprendre à nager.
Ik wil leren zwemmen.
Les gens doivent apprendre à être satisfaits.
Mensen moeten leren tevreden te zijn.
Il nous faut tous apprendre à faire face à cette situation.
We moeten allemaal leren omgaan met deze situatie.