Vertaling van briser

Inhoud:

Frans
Nederlands
briser, fracasser, réduire en miettes {ww.}
verpletteren
verbrijzelen
vermorzelen
intrappen
briser, rompre, violer {ww.}
verbreken
stukbreken
schenden
doorbreken
afbreken 
breken 

Gerelateerd aan briser

fracasser - réduire en miettes - rompre - violer