Vertaling van bureau

Inhoud:

Frans
Nederlands
bureau [m] (le ~) {zn.}
kantoor  [o]
À demain au bureau.
Tot morgen op kantoor.
Son bureau se trouve au centre-ville.
Zijn kantoor bevindt zich in het stadscentrum.
bureau [m] (le ~), secrétaire [m] (le ~), pupitre [m] (le ~) {zn.}
bureau  [o]
schrijftafel 
schrijfbureau
Pourquoi est-ce qu'un corbeau ressemble à un pupitre ?
Waarom lijkt een raaf op en schrijftafel?
Il a remarqué une lettre sur le bureau.
Hij bemerkte een brief op de schrijftafel.
bureau [m] (le ~) {zn.}
kantoor  [o]
bureau  [o]
bureel [o]
L'ameublement de ce bureau est vraiment moderne.
De meubels in dit kantoor zijn zeer modern.
Peux-tu aller au bureau en train ?
Kunt ge met de trein naar kantoor gaan?
cabinet [v] (la ~), bureau [m] (le ~) {zn.}
advocatenkantoor [o]


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

À demain au bureau.

Tot morgen op kantoor.

Le bureau est composé de bois.

De bureau is gemaakt uit hout.

L'ameublement de ce bureau est vraiment moderne.

De meubels in dit kantoor zijn zeer modern.

Peux-tu aller au bureau en train ?

Kunt ge met de trein naar kantoor gaan?

Nick n'a pas besoin de venir à mon bureau.

Nick moet niet naar mijn bureau komen.

Il a remarqué une lettre sur le bureau.

Hij bemerkte een brief op de schrijftafel.

Il y a un stylo sur le bureau.

Er ligt een pen op het bureau.


Gerelateerd aan bureau

secrétaire - pupitre - cabinet