Vertaling van bâtiment

Inhoud:

Frans
Nederlands
bâtiment [m] (le ~), immeuble [m] (l' ~) {zn.}
gebouw [o]
constructie
bouwsel
perceel [o]
bouwwerk [o]
Regarde ce bâtiment.
Kijk naar dat gebouw.
Regardez le grand immeuble là-bas.
Kijk naar het grote gebouw daar.


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Regarde ce grand bâtiment !

Moet je dat hoge gebouw zien.

Regarde ce bâtiment.

Kijk naar dat gebouw.

Le bâtiment est en construction.

Het gebouw is op het moment in aanbouw.

C'est le bâtiment où papa travaille.

Dat is het gebouw waar papa werkt.


Gerelateerd aan bâtiment

immeuble