Vertaling van course

Inhoud:

Frans
Nederlands
course [v] (la ~) {zn.}
wedren
wedloop
course [m] (le ~) {zn.}
ren 


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Il est en tête de la course.

Hij heeft een voorsprong in de race.

C'est chouette de regarder la course.

Het is leuk om de race te bekijken.

Il a encore gagné la course.

Hij won de race opnieuw.