Vertaling van devenir

Inhoud:

Frans
Nederlands
devenir {ww.}
worden 
raken 
Qu'allons-nous devenir ?
Wat gaan we worden?
Ils veulent devenir riches.
Zij willen rijk worden.


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Ils veulent devenir riches.

Zij willen rijk worden.

Je veux devenir magicien.

Ik wil een tovenaar zijn.

Je rêve de devenir enseignante.

Ik droom ervan een leraar te worden.

Je pense que Marie veut devenir professeur.

Mary wil lerares worden.

Il a dit: "je veux devenir scientifique".

Hij zei: "Ik wil wetenschapper worden."