Vertaling van dîner

Inhoud:

Frans
Nederlands
dîner [m] (le ~), souper [m] (le ~) {zn.}
avondeten  [o]
avondmaal  [o]
Le souper est prêt.
Het avondeten is klaar.
Le souper est prêt.
Het avondeten is klaar.
déjeuner [m] (le ~), dîner [m] (le ~) {zn.}
lunch
middageten  [o]
noenmaal [o]
middagmaal [o]
Mère nous prépara à déjeuner.
Moeder maakte ons middageten klaar.
Peux-tu te contenter de sandwiches pour déjeuner ?
Zou je boterhammen kunnen maken voor de lunch?


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

C'est l'heure de dîner.

Het is etenstijd.

Laissez-moi payer le dîner.

Laat mij voor het eten betalen.

Des amis m’ont invité à dîner.

Mijn vrienden hebben mij uitgenodigd voor het avondeten.

Mon patron m'a invité à dîner.

Mijn baas nodigde me uit voor een etentje.

J'aimerais t'inviter à dîner

Ik zou je graag uitnodigen om te komen eten

Je mange habituellement un dessert à la fin du dîner.

Gewoonlijk neem ik dessert na het avondeten.


Gerelateerd aan dîner

souper - déjeuner