Vertaling van enfance

Inhoud:

Frans
Nederlands
enfance [v] (l' ~) {zn.}
kinderachtigheid [v]
enfance [v] (l' ~) {zn.}
kinderjaren
kindsheid  [v]


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

La chanson me rappelle toujours mon enfance.

Het lied herinnert me altijd aan mijn kindertijd.

Je me rappelle souvent mon enfance heureuse.

Ik herinner me vaak aan mijn gelukkige jeugd.

Mère me forçait à manger des carottes chaque jour durant mon enfance.

Toen ik klein was moest ik iedere dag wortels eten van moeder.

Le petit Martin eut une enfance plutôt tranquille à Atlanta en Géorgie.

De kleine Martin had een rustige kindertijd in Atlanta, Georgia.