Vertaling van enfants
Voorbeelden in zinsverband
Elle abandonna ses enfants.
Ze heeft haar kinderen achtergelaten.
Ses enfants ont grandi.
Zijn kinderen zijn groot geworden.
Vous êtes des enfants.
Jullie zijn kinderen.
Ma tante avait trois enfants.
Mijn tante had drie kinderen.
Mon oncle a trois enfants.
Mijn oom heeft drie kinderen.
Avez-vous déjà des enfants ?
Heeft u al kinderen?
Ce film convient aux enfants.
Deze film is geschikt voor kinderen.
Ma tante avait trois enfants.
Mijn tante had drie kinderen.
Ma tante a trois enfants.
Mijn tante heeft drie kinderen.
J'aime regarder jouer les enfants.
Ik kijk graag naar spelende kinderen.
Elle n'arrive pas à tenir ses enfants.
Ze heeft haar kinderen niet in de hand.
Les enfants requièrent beaucoup de sommeil.
Kinderen hebben een hoop slaap nodig.
Tous les enfants n'aiment pas les pommes.
Niet alle kinderen houden van appels.
Même les enfants peuvent lire ce livre.
Zelfs kinderen kunnen dit boek lezen.
Les enfants détestent souvent les épinards.
Kinderen hebben vaak een hekel aan spinazie.