Vertaling van enseigne

Inhoud:

Frans
Nederlands
enseigne [v] (l' ~) {zn.}
uithangbord
bordje [o]
schild
bord  [o]
apprendre, enseigner, instruire {ww.}
leren
scholen
instrueren
bijbrengen 

j'enseigne
il/elle enseigne

ik leer
hij/zij/het leert
» meer vervoegingen van leren

Je veux apprendre à nager.
Ik wil leren zwemmen.
Je veux apprendre le français.
Ik wil graag Frans leren.
enseigner, apprendre {ww.}
leren
onderwijzen

j'enseigne
il/elle enseigne

ik leer
hij/zij/het leert
» meer vervoegingen van leren

Tu n'es pas trop vieux pour apprendre.
Niemand is te oud om te leren.
Je n'aime pas apprendre les verbes irréguliers.
Ik hou niet van onregelmatige werkwoorden leren.


Gerelateerd aan enseigne

apprendre - enseigner - instruire