Vertaling van fiancé

Inhoud:

Frans
Nederlands
fiancé [m] (le ~), accordé [m] (l' ~) {zn.}
verloofde
galant [m]
bruidegom  [m]
Elle parle souvent avec son fiancé.
Ze spreekt vaak met haar verloofde.
Son fiancé lui offrit une très grosse bague.
Haar verloofde gaf haar een heel grote ring.


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Mon fiancé semble sérieux.

Mijn vriendje lijkt serieus te zijn.

Elle parle souvent avec son fiancé.

Ze spreekt vaak met haar verloofde.

Son fiancé lui offrit une très grosse bague.

Haar verloofde gaf haar een heel grote ring.


Gerelateerd aan fiancé

accordé