Vertaling van gâteau
Inhoud:
Frans
Nederlands
Voorbeelden in zinsverband
Frans
Nederlands
Hanako aime beaucoup le gâteau.
Hanako houdt erg van gebak.
Elle m'a confectionné un gâteau.
Ze bakte een cake voor mij.
Coupe le gâteau avec un couteau.
Snij de cake met een mes.
Le gâteau a un goût sucré.
De cake smaakt zoet.
Puis-je avoir une autre part de gâteau ?
Mag ik nog een stuk taart hebben?
Maman est en train de faire un gâteau.
Mama is een taart aan het maken.
Ça ne sert à rien de chercher le gâteau; je l'ai déjà mangé.
Het heeft geen zin naar de cake te zoeken: ik heb hem al opgegeten.