Vertaling van mais

Inhoud:

Frans
Nederlands
mais {vw.}
doch
maar 
echter 
maïs [m] (le ~) {zn.}
mais

Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

J'aimerais dire oui, mais...

Ik wil graag ja zeggen, maar...

Mais l'univers est infini.

Maar het heelal is oneindig.

Mais je ne veux pas.

Maar ik wil niet.

Mais les hommes sont différents.

Maar mensen zijn verschillend.

Mais la possibilité semble improbable.

Maar die mogelijkheid lijkt onwaarschijnlijk.

Mais il a été chanceux.

Maar hij heeft geluk gehad.

Mais je n'ai pas d'argent.

Maar ik heb geen geld.

Je ne suis pas médecin, mais instituteur.

Ik ben geen dokter, maar een leraar.

Son histoire est étrange, mais crédible.

Zijn verhaal is vreemd, maar geloofwaardig.

Je ne suis pas médecin, mais instituteur.

Ik ben geen dokter, maar leraar.

Je parle arabe, mais j'étudie l'anglais.

Ik spreek Arabisch maar ik studeer voor Engels.

Jim n'est pas avocat mais médecin.

Jim is geen advokaat, maar dokter.

Mais il avait besoin d'un boulot.

Maar hij had een job nodig.

Tu sais nager, mais moi, non.

Jij kan zwemmen, maar ik niet.

Elle a des défauts, mais je l'apprécie.

Ze heeft haar gebreken maar ik mag haar graag.


Gerelateerd aan mais

maïs