Vertaling van malheur

Inhoud:

Frans
Nederlands
malheur [m] (le ~) {zn.}
ongeluk  [o]
Un malheur n'arrive jamais seul.
Een ongeluk komt zelden alleen.
Un malheur n'arrive jamais seul.
Een ongeluk komt zelden alleen.
mésaventure, vicissitude, malheur, infortune, adversité {zn.}
tegenvaller
pech
ongelukje [o]
tegenslag 
wanbof

Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Un malheur n'arrive jamais seul.

Een ongeluk komt zelden alleen.

Un malheur n'arrive jamais seul.

Een ongeluk komt zelden alleen.

Pour comble de malheur, il commença à pleuvoir.

Om het allemaal nog wat erger te maken begon het ook nog eens te regenen.


Gerelateerd aan malheur

mésaventure - vicissitude - infortune - adversité