Vertaling van marteau

Inhoud:

Frans
Nederlands
marteau [m] (le ~) {zn.}
hamer [m]
J'ai besoin d'un marteau.
Ik heb een hamer nodig.
« Je vois », dit l'aveugle, tandis qu'il ramassait son marteau et voyait.
"Ik zie", zei de blinde man, toen hij zijn hamer en zaag opraapte.


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

J'ai besoin d'un marteau.

Ik heb een hamer nodig.

« Je vois », dit l'aveugle, tandis qu'il ramassait son marteau et voyait.

"Ik zie", zei de blinde man, toen hij zijn hamer en zaag opraapte.