Vertaling van moment
Voorbeelden in zinsverband
Je cuisine en ce moment.
Ik ben aan het koken.
Il sera là à tout moment.
Hij kan er elke seconde zijn.
Il est resté ici pendant un moment.
Hij is hier een tijdje gebleven.
Étais-tu à l'école à ce moment-là ?
Was je toen op school?
C'est tout ce que je peux dire pour le moment.
Dat is al wat ik op dit ogenblik kan zeggen.
Tom vit avec son oncle en ce moment.
Tom woont nu bij zijn oom.
La salle de réunion est occupée pour le moment.
De vergaderzaal is momenteel bezet.
Il est resté debout là-bas pendant un moment.
Hij stond daar een tijdje.
Dites-moi ce que vous avez vu à ce moment-là.
Zeg mij wat ge op dat ogenblik gezien hebt.
En ce qui me concerne, je n’ai pour le moment rien à dire.
Wat mij betreft, ik heb op het moment niets te zeggen.
J'aimerais pouvoir m'inquiéter plus pour mes notes mais il semblerait qu'à un certain moment de ma vie, j'ai décidé que cela n'était finalement pas si important.
Ik zou willen dat mijn cijfers me meer konden schelen, maar het lijkt erop dat ik op een gegeven moment in mijn leven besloten heb dat die niet zo belangrijk meer zouden zijn.