Vertaling van mourir

Inhoud:

Frans
Nederlands
décéder, mourir {ww.}
sterven
overlijden 
versmachten
verscheiden
doodgaan
Tous les hommes doivent mourir.
Alle mensen moeten sterven.
Le chien est en train de mourir.
De hond is aan het sterven.


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Je veux mourir avec Getter Jaani.

Ik wil met Getter Jaani sterven.

Si je venais à mourir, qui s'occuperait de mes enfants ?

Als ik zou overlijden, wie zou er dan voor mijn kinderen zorgen?

C'est son récit interminable qui m'a ennuyé à mourir.

Het is zijn verhaal zonder einde waaraan ik mij dood verveelde.

L'enfant creusa une tombe pour son chien qui venait de mourir.

De jongen groef een graf voor zijn hond die gestorven was.

Je veux aller au paradis mais je ne veux pas mourir pour y parvenir !

Ik wil naar de hemel gaan, maar ik wil niet sterven om er te geraken!


Gerelateerd aan mourir

décéder