Vertaling van obligeance

Inhoud:

Frans
Nederlands
obligeance [v] (l' ~) {zn.}
schikkelijkheid [v]
toeschietelijkheid [v]
bereidvaardigheid [v]
amabilité [v] (l' ~), aménité [v] (l' ~), obligeance [v] (l' ~) {zn.}
voorkomendheid [v]
liefheid [v]
bonhomie
goedaardigheid (de ~)
vriendelijkheid [v] (de ~)


Gerelateerd aan obligeance

amabilité - aménité