Vertaling van parents

Inhoud:

Frans
Nederlands
parents, père et mère {eigenn.}
ouderpaar [o]
ouders


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Mes parents me téléphonent quotidiennement.

Mijn ouders telefoneren mij alle dagen.

Je vis avec mes parents.

Ik woon samen met mijn ouders.

Les enfants doivent obéir à leurs parents.

Kinderen moeten hun ouders gehoorzamen.

Il dépend complètement de ses parents.

Hij is volledig afhankelijk van zijn ouders.

Merci de dire bonjour à tes parents.

Zeg alsjeblieft gedag tegen je ouders.

Ils n'ont pas obéi à leurs parents.

Ze gehoorzaamden hun ouders niet.

Ils ont rendu visite, hier, à leurs parents.

Ze hebben hun ouders bezocht gisteren.

Les enfants imitent les habitudes de leurs parents.

Kinderen nemen de gewoontes van hun ouders over.

Ses parents vont à l'église tous les dimanches.

Zijn ouders gaan elke zondag naar de kerk.

Lorsqu'il reçut la lettre, il s'enfuit chez ses parents.

Toen hij de brief ontving, vluchtte hij naar zijn ouders' huis.

Elle se maria sans que ses parents ne le sachent.

Ze trouwde zonder dat haar ouders ervan wisten.

Il n'y a pas que Jim qui soit malade, ses parents aussi.

Niet alleen Jim maar ook zijn ouders zijn ziek.

J'avais presque dix ans lorsque mes parents m'offrirent une boîte de chimiste pour Noël.

Ik was bijna tien toen mijn ouders mij een wetenschapsset cadeau deden voor Kerstmis.

Tom apprit à accepter l'amour que ses beaux-parents lui offraient.

Tom leerde de liefde die zijn stiefouders hem schonken te aanvaarden.

Benson et Holmes ont analysé les effets psychologiques de l'insémination artificielle chez les parents.

Benson en Holmes analyseerden het psychologische effect van kunstmatige inseminatie op de ouders.


Gerelateerd aan parents

père et mère