Vertaling van parfait

Inhoud:

Frans
Nederlands
parfait, accompli, achevé {bn.}
in optima forma
perfect
volkomen
volmaakt
parfait [m] (le ~), passé composé [m] (le ~) {zn.}
voltooid tegenwoordige tijd
perfectum
absolu, pur, parfait, complet, véritable {bn.}
regelrecht
absoluut 
onvermengd
onvoorwaardelijk
volstrekt
zuiver
puur
absolu, pur, parfait, complet, véritable {bn.}
verregaand
vergaand
absoluut 
onvermengd
onvoorwaardelijk
volstrekt
zuiver
puur
absolu, pur, parfait, complet, véritable {bn.}
drievoudig
driedubbel
drievuldig
driewerf
triple
absoluut 
onvermengd
onvoorwaardelijk
volstrekt
zuiver
puur
absolu, pur, parfait, complet, véritable {bn.}
rasecht
volbloed
pur sang
absoluut 
onvermengd
onvoorwaardelijk
volstrekt
zuiver
puur

Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Personne n'est parfait.

Niemand is perfect.

Nul n'est parfait.

Niemand is perfect.

Qui d'entre nous est parfait ?

Wie van ons is perfect?


Gerelateerd aan parfait

accompli - achevé - passé composé - absolu - pur - complet - véritable